Maar vreemde droomen kwelden hem Een wonder harpgeruis


    Zie je wel hoe of een gewone boerejong zoo’n mooi gedicht kan verhaspelen maar “er straald een glans van binnen uit”. “Wat was ik rijk,” dacht ik. Maar wij zeiden beiden niets, maar spraken met onze oogen. 7/ Wij spraken nooit iets af maar altijd kruisten onze wegen, als zij vrij was, kwamen wij elkander tegen en liepen soms zwijgend


    PDF Document: